Wetenschappers laten geen spaan heel van 'Breaking Bad', daar klopt helemaal niets van
In dit artikel:
Breaking Bad combineert echte scheikunde met dramaturgie: veel gebruikte processen en materialen zijn plausibel, maar voor spanning en beeldspraak heeft de serie wetenschap op cruciale punten vervormd. Chemisch adviseur professor Donna Nelson hielp de makers geloofwaardige laboratoriumbeelden te tonen, en experts zoals Kate the Chemist stellen dat Walt en Jesse’s “ouderwetse” werkwijze theoretisch mogelijk is — al zijn de productieschaal en praktische uitvoerbaarheid in het echt twijfelachtig.
De makers vermeden expliciete instructies zodat de show geen handleiding voor drugproductie zou worden. Toch introduceerde Breaking Bad enkele fictieve of overdreven elementen: de beroemde blauwe kleur van Walt’s meth is dramatisch verzonnen en zegt niets over zuiverheid, zo licht Dr. Jonathan Hare toe; en het beruchte hydrofluorzuur dat door een badkuip en vloer zou vreten, blijkt in tests (onder andere door Mythbusters) veel minder catastrofaal. Ook het gebruik van het explosieve kwikfulminaat in de confrontatie met Tuco is gebaseerd op een echt instabiel middel, maar de getoonde toepassing en effecten zijn onrealistisch.
Kortom: de serie bouwt voort op reële chemische principes en zorgvuldige vormgeving, maar offert wetenschappelijke nauwkeurigheid geregeld op aan effect en verhaal — wat niet wegneemt dat Breaking Bad als drama uitmunt.