Recensie 'Percy Jackson and the Olympians' seizoen 2: het avontuur wordt steeds leuker
In dit artikel:
Percy Jackson and the Olympians keert terug met een acht afleveringen tellend tweede seizoen (2025–2026, 38–44 min per aflevering) dat losbarst vanuit Rick Riordans boekenwereld en door hem zelf als showrunner wordt gedragen. Regisseurs als Jason Ensler, Catriona McKenzie en James Bobin loodsen een jonge cast — onder wie Walker Scobell als Percy, Leah Sava Jeffries als Annabeth, Daniel Diemer als Tyson en Aryan Simhadri als Grover — door een nieuw, vlot verteld avontuur: De Zee van Monsters.
De kern van het verhaal: de beschermende boom van Kamp Halfbloed is vergiftigd, wat een queeste ontlokt die samenvalt met Percys zoektocht naar zijn vriend Grover. Die laatste zit gevangen op een eiland in de Sargassozee, waar allerlei mythische bedreigingen loeren. De show serveert veel Griekse mythologie, maar verfrist die met moderne, speelse vondsten — denk aan een oorlogsgod als biker, windkracht verpakt in een thermosfles en godenpraktijken die in hedendaagse gedaanten opduiken — waardoor het geheel luchtig en toegankelijk blijft.
De toon is pretentieloos en doet denken aan het eenvoudige, wekelijkse vermaak van Hercules en Xena: hoogoplopende gevaren en epische inzet worden afgewisseld met humor en tienerdrama. De serie houdt zijn hoofdpersonen echt tieners: ze zien er zo uit, gedragen zich vaak onvolwassen en worstelen met keuzes en relaties. Dat levert spanning en emotie op zonder in zware moralistische saus te vervallen; de inzet is groot — goden, reuzen en monsters — maar de regie bewaart lichtheid.
Acteerwerk ontwikkelt zich in positief opzicht: Leah Sava Jeffries groeit in haar rol als Annabeth en Walker Scobell is een geschikte, sympathieke Percy. Tegenvaller is de onderbenutting van Grover: hij zit grotendeels opgesloten en verschijnt vooral via dromen, waardoor de vriendschap die centraal hoort te staan naar de achtergrond schuift. Ook Percys moeder — eerder een sterke aanwezigheid — komt dit seizoen veel minder voor, waardoor enkele acteerparels minder zichtbaar zijn.
Narratief en regie laten ook verbeteringen zien ten opzichte van seizoen één: er is minder constante voice-over of uitleg en de serie vertrouwt meer op het beeld om acties en motieven te dragen. Dat maakt het tempo aangenamer en het avontuur vloeiender, al sluipen er incidenteel gemakzuchtige plotoplossingen in (bijvoorbeeld plotseling beschikbare middelen of omklappende motivaties). Voor de beoogde doelgroep (ongeveer 10–15 jaar) is dit geen smet op het kijkplezier; het tweede seizoen voelt als een geslaagde, onderhoudende tussenstop en als perfecte opmaat naar de nog geplande volgende seizoenen.