Recensie 'Lazarus': alleen leuk als je strontlazarus bent
In dit artikel:
Harlan Cobens eerste door hemzelf geschreven televisieserie (niet gebaseerd op een boek) probeert een bovennatuurlijke misdaadthriller te zijn, maar ontspoort volgens deze recensie door ongeloofwaardigheid en houterige uitvoering. Lazarus (2025, 6 afleveringen van 47–54 min) volgt psychiater Joel “Laz” Lazarus (Sam Claflin), die visioenen heeft en met dode mensen kan converseren. Zijn vader Jonathan (Bill Nighy), eveneens psychiater, pleegt ogenschijnlijk zelfmoord met een vaag briefje, waarna ook de onopgehelderde tienerdood van Laz’ zus en de dood van een patiënt van vader Jonathan verband blijken te houden. Laz probeert via terugblikken en spookachtige ontmoetingen de waarheid bloot te leggen, met wisselende steun van een rechercheur.
De maker Harlan Coben, sinds 1990 succesvol als misdaadauteur en uitvoerend producent van veel verfilmingen, levert met Lazarus volgens de criticus een van zijn minste projecten af. Het script hangt vol losse, ongeloofwaardige toevalligheden en onbevredigende ontknopingen: veel verhaallijnen worden opgeworpen maar leveren uiteindelijk weinig op. Dramatische wendingen komen pas tegen het einde en voelen geforceerd omdat de geesten eerder niet de helderheid leveren die de plot zou vereisen. Voorbeelden van misplaatste constructies zijn scènes waarin Laz moeiteloos verborgen ruimtes ontdekt en direct het juiste gereedschap vindt, of een zoekactie in het bos die toevallig precies hem een vermiste persoon laat vinden.
De dialoog wordt beschreven als stroef, acteurs spelen vaak in verstarde poses en de donkere sfeer kan de gaten in het script niet maskeren. Als lichtpuntje krijgt Bill Nighy lof: zijn vertolking van de overleden Jonathan brengt meer energie dan de rest van de cast. Kortom: Lazarus heeft potentieel en Cobens ingrediënten voor een pakkende bovennatuurlijke thriller, maar faalt in logica, psychologische consistentie en geloofwaardige uitvoering.